Translate  DE   EN   ES   FR   NL


 

Elektriciteit uit wind- en watermolens

Systeem met wisselspanning

generator aan het net
A
generator (WS)
B
gelijkrichter (om WS om te vormen naar GS)
C
verwarmingsweerstand
D
last regelaar
E
(net)omvormer (om GS om te vormen naar WS)
F
batterij
G
PV modulen

 

Verwarmen met wind- of watergeneratoren

verwarmen met generator

Eiland systeem met PV panelen en windmolen

PV en windmolen aan het net

Om GS om te zetten naar WS heeft u een omvormer nodig
Om aan het net te koppelen heeft u een netomvormer nodig en geen batterijen of accus
 


 
Basis electriciteit

 
Electriciteit uit PV modulen

 
Electriciteit uit windmolen


 

-------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Wind als energiebron
Windenergie is altijd belangrijk geweest voor Nederland. In onze geschiedenis betekende de wind een onmisbaar hulpmiddel om ons over het water voort te bewegen. De machtige zeilvloten van de VOC en Michiel de Ruyter werden voortgestuwd door deze onuitputtelijke bron van energie. Wind werd ook gebruikt om land te winnen; een aanzienlijk deel van Noord- en Zuid-Holland is met behulp van windmolens drooggemalen.

Het waait niet overal even hard op aarde. Boven open zee of uitgestrekte vlakten waait het harder dan boven stad of bos. Obstakels zoals bomen, huizen of gebouwen remmen de wind af, maar dit effect is minder merkbaar op grotere hoogte. Daarnaast hangt de hoeveelheid wind natuurlijk ook af van grootschalige weersystemen. Nederland ligt wat wind betreft vrij gunstig. Windrijke depressies ontstaan boven de Atlantische oceaan en de Noordzee en trekken via een zuidwestelijke stroming regelmatig over ons land. Bovendien zijn met name de kustprovincies erg vlak en open. Nederland blijkt bijzonder geschikt om energie in de vorm van elektriciteit op te wekken met windturbines.

Ontstaan van wind
De zon verwarmt de lucht op aarde. Warme lucht is lichter dan koude lucht. Omdat de aarde ongelijkmatig wordt verwarmd, ontstaan er dichtheids- of drukverschillen. Drukverschillen veroorzaken samen met de draaiing van de aarde een grillige stroming van de lucht: wind.

Hoe werkt een windturbine?
Windturbine
Het belangrijkste onderdeel van een windturbine is het rotorblad; door de uitgekiende vorm van het blad wordt de energie van de langsstromende lucht omgezet in een draaiende beweging. De rotorbladen zitten vast aan de hoofdas of naaf, waarvan de draaiende beweging wordt versneld in een tandwielkast. De sneldraaiende, uitgaande as van de tandwielkast drijft op zijn beurt een generator aan die elektriciteit opwekt -vergelijkbaar met de werking van een fietsdynamo. Assen, tandwielkast en generator zijn ondergebracht in de gondel bovenop de mast.

Tegenwoordig worden er ook windturbines geproduceerd zonder tandwielkasten. Deze direct drive turbines hebben speciale vermogenselektronica en een grote ringgenerator, die bij het relatief lage toerental van de rotor elektriciteit met de gewenste netfrequentie levert.

De windvaan op de gondel meet de windrichting. Zodra de windrichting verandert, zorgt een kruimotor ervoor dat de gondel weer recht op de wind wordt gericht.

Grootte
De energie-opbrengst neemt toe naarmate de rotordiameter toeneemt. Ook neemt de opbrengst toe naarmate de hoogte van de turbine toeneemt. "Hoge bomen vangen veel wind", luidt het gezegde en dat geldt ook voor windturbines. De grootte van een windturbine kan met behulp van verschillende kenmerkende afmetingen worden aangeduid. De rotordiameter is de middellijn van de cirkel die de uiteinden van de rotorbladen beschrijven. De ashoogte geeft de hoogte aan van de hoofdas ten opzichte van de grond. Ook het elektrisch generatorvermogen van de turbine wordt gebruikt om de grootte van de windturbine aan te duiden.

De ontwikkeling is dat windturbines steeds groter worden. In 1988 was het vermogen van de gemiddelde windturbine nog zo'n 100 kilowatt met een rotordiameter van 20 meter en een ashoogte van 30 meter. Momenteel worden veel projecten gepland waarbij de turbine een vermogen heeft van rond de 1.500 kilowatt (= 1,5 megawatt). De bijbehorende rotordiameter is 60 tot 70 meter en de ashoogte kan oplopen tot wel 100 meter.

Opbrengst
De elektriciteitsopbrengst hangt sterk af van de hoeveelheid wind op een locatie. Langs de kust heerst een hogere windsnelheid dan in het binnenland. En in een vlakke, weidse polder waait het harder dan boven een dicht bos. Een klein verschil in de gemiddelde windsnelheid veroorzaakt een groot verschil in de opbrengst. Om te voorkomen dat windturbines elkaars opbrengst beïnvloeden moeten ze dan ook op een bepaalde minimale afstand van elkaar staan: gemiddeld zesmaal de rotordiameter. Toch is het zo dat op een locatie van een gegeven grootte, een klein aantal grote windturbines meer opbrengst geeft dan een groot aantal kleinere windturbines.

Vermogenskarakteristiek


 

De elektriciteitsopbrengst hangt af van de grootte en het type van de turbine. Een karakteristiek die de opbrengst bepaalt is hierboven afgebeeld. Bij lage windsnelheden levert de turbine nog geen vermogen. Vanaf windkracht 2 (3 meter per seconde) begint de turbine te draaien en ongeveer bij windkracht 6 (12-13 meter per seconde) wordt het maximale vermogen van de turbine geleverd. Bij windsnelheden boven de 25 meter per seconde (windkracht 10) wordt de windturbine om overbelasting te voorkomen stilgezet. Op een goede locatie levert een gemiddelde turbine jaarlijks een elektriciteitsopbrengst van zeker 850 kilowattuur per vierkante meter rotoroppervlak. Ter vergelijking: een gemiddeld huishouden verbruikt jaarlijks 3250 kilowattuur elektriciteit. Als rotoroppervlak en generatorvermogen goed op elkaar zijn afgestemd, dan geldt als vuistregel: aantal huishoudens stroom = 0,6 à 0,7 maal het generatorvermogen in kilowatten. Dus een 750 kW windturbine is goed voor het verbruik van zo'n 500 huishoudens.

Kosten
De kostprijs van windenergie is erg afhankelijk van de locatie van de windturbines. Per locatie zijn het windaanbod en de kosten voor o.a. de aansluiting op het elektriciteitsnet verschillend. Bij commerciële exploitatie (exploitatiebegroting en afschrijving over 10 jaar) varieert de kostprijs van 5 €cent per kilowattuur op goede windrijke locaties tot zo'n 8 €cent per kilowattuur landinwaarts. Ter vergelijking: de kostprijs van elektriciteit uit fossiele brandstoffen zoals gas en steenkool bedraagt zo'n 4 €cent per kilowattuur. De vergoeding voor de geleverde kilowatturen bestaat uit vermeden brandstofkosten, een deel regulerende energiebelasting (REB of ecotax) en een deel dat door de markt voor duurzaam opgewekte stroom wordt bepaald. Voor dat laatste is door de energiebedrijven een systeem van zogenaamde Groen Labels ontwikkeld.

De gemiddelde investering voor een windturbineproject bedraagt tussen de € 900,- en € 1200,- per kilowatt geïnstalleerd vermogen. Behalve voor de windturbine zelf zijn bij de investering kosten gemoeid voor o.a. de planontwikkeling, het bouwrijp maken van de locatie, de fundatie en de netaansluiting. Bovendien moeten leges worden betaald.
Tijdens de exploitatie zijn o.a. kosten gemoeid met het gebruik van het elektriciteitsnet, onderhoud en verzekeringen. Een gemeente heft over het algemeen onroerende-zaakbelasting over een windturbine.

Waarom windenergie?
Beschikbaarheid van elektriciteit vinden we vanzelfsprekend. We staan er niet vaak bij stil dat productie van elektriciteit uit aardgas of steenkool blijvende schade toebrengt aan ons leefmilieu. Bij de verbranding van deze brandstoffen komen schadelijke gassen vrij. Eén daarvan is het broeikasgas CO2 dat bij doorgroeiende uitstoot zelfs tot een verandering van ons klimaat kan leiden. Vrijkomende stikstofoxiden en zwaveloxiden veroorzaken zure regen. Daarnaast zullen de brandstofvoorraden op lange termijn opraken. Afhankelijkheid van deze bronnen maakt de energievoorziening kwetsbaar. Bij elektriciteitsopwekking met behulp van windturbines komen geen schadelijke gassen vrij. Het is schoon. En het zal altijd blijven waaien; het is dus onuitputtelijk en duurzaam.

Beleid
Doelstelling

De overheidsdoelstelling is voorlopig gericht op een opgesteld vermogen van 1.500 megawatt op land. Zeven "windrijke" provincies zijn in 1991 inspanningsverplichtingen aangegaan met de Rijksoverheid om voldoende locaties beschikbaar te krijgen voor 1000 megawatt in 2000. Recenter zijn ook de andere provincies windenergiebeleid gaan ontwikkelen voor toepassing op enige schaal. Met windenergie moet ongeveer éénvijfde deel van de totale doelstelling voor duurzame energie in 2020 worden gerealiseerd. Een aanzienlijk vermogen aan windenergie zal op zee komen te staan. Voor het eerste windpark op zee is inmiddels een locatie gekozen.

Financiële stimulering
Door de overheid worden fiscale stimuleringsregelingen en subsidies ter beschikking gesteld ter bevordering van de plaatsing en exploitatie van windturbines. Voorbeelden zijn energie-investeringsaftrek (EIA), vrije afschrijving milieu-investeringen (VAMIL), groen beleggen, regulerende energiebelasting (REB) en subsidieregeling energievoorziening non-profit- en bijzondere sectoren (EINP).

Groencertificaten
Sinds 1 juli 2001 kunnen consumenten zelf kiezen bij welke leverancier ze hun groene elektriciteit kopen. Om hen de zekerheid te geven dat de elektriciteit daadwerkelijk duurzaam is opgewekt, is een systeem van groencertificaten geïntroduceerd.
Producenten van groene elektriciteit, zoals exploitanten van windenergie, kunnen hun productie aanmelden bij de door de overheid aangewezen uitgifte-instantie, Groencertificatenbeheer. GCB geeft groencertificaten uit: elektronische documenten die aangeven dat een bepaalde hoeveelheid elektriciteit duurzaam geproduceerd is.
De groenproducenten verkopen de groencertificaten aan stroomleveranciers, zoals energiebedrijven. Om elektriciteit als groene elektriciteit te kunnen verkopen aan afnemers (en in aanmerking te komen voor vrijstelling van de Reguliere Energiebelasting REB), moeten de leveranciers de groencertificaten weer inleveren bij de GCB.
Meer informatie: www.groencertificatenbeheer.nl.

Stand van zaken
In Nederland staan per 1 januari 2002 1321 windturbines, met een gezamenlijk wind-vermogen van 483 megawatt, goed voor een stroomproductie van 988 GWh. Daarmee wordt een kwart miljoen huishoudens van stroom voorzien.

Vergunningen
Voor het plaatsen van windturbines is minimaal een bouwvergunning nodig; afhankelijk van de omvang en aard van een gepland windenergieproject moet eerst een milieuvergunning worden aangevraagd. Gemeenten kunnen beide aanvragen tegelijk behandelen om tijd te besparen. Voor projecten kleiner dan 15 megawatt is, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, geen milieuvergunning nodig. Die voorwaarden staan beschreven in het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer.
Bij windparken groter dan 10 megawatt of meer dan tien turbines, geldt dat het bevoegd gezag (de overheid die met een ruimtelijk plan de plaatsing van de windturbines mogelijk maakt: gemeente of provincie) een beoordeling maakt of een milieu-effectrapportage (m.e.r.) noodzakelijk is. In de eventueel uit te voeren m.e.r. worden voor- en nadelen van het windpark afgewogen tegen mogelijke alternatieven. De grens voor de m.e.r.-beoordelingsplicht zal door het ministerie van VROM worden opgetrokken naar 15 megawatt.

De gemeenten zijn door de wet en binnen de beleidskaders van de provincie bevoegd een eigen beleid te voeren. Het beleid ten aanzien van het afgeven van vergunningen en de criteria die men daarvoor hanteert, verschillen dus per gemeente.

Naast de benodigde bouw- en (soms) milieuvergunning, kan op veel plaatsen een ‘verklaring van geen bezwaar’, ontheffing of vergunning van andere (semi-) overheden of instanties nodig zijn. Zo is Rijkswaterstaat de toetsende instantie bij plaatsing langs snel- of waterwegen en het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij plaatsing in of bij natuurgebieden –voorzover provinciaal beleid dat toelaat. Vliegvelden, spoorlijnen en gebieden met gas- en pijpleidingen zijn voorbeelden van andere plaatsen waar mogelijk ontheffingen van de beherende instanties nodig zijn.

Lokale effecten van windenergie
Het gebruik van windenergie kan plaatselijk hinder veroorzaken (slagschaduw).Zorgvuldigheid tijdens het planproces kan deze hinder tot een minimum beperken. Bij het selecteren van locaties dient men dan ook zorgvuldig te werken en zijn vaak veel partijen betrokken.

Vogels
Vogels kunnen tegen windturbines aanvliegen of door de wervelingen achter de rotor gegrepen worden. Onderzoek heeft inmiddels aangetoond dat de risico’s voor botsingen relatief klein zijn. Naar schatting zou het aantal 'aanvarings-slachtoffers' bij een geplaatst windvermogen van 1000 megawatt 20.000 bedragen. Dit is één procent van het geschatte aantal vogels dat jaarlijks in het verkeer omkomt, en zo'n vijf procent van het zogeheten 'afschot' in het kader van faunabeheer.
Ook kan er verstoring van het leefgebied optreden. Veel vogels raken aan wind-turbines in hun omgeving gewend, maar er moet aandacht worden besteed aan eventuele verstoring van kwetsbare vogelsoorten. Dit kan alleen per locatie worden beoordeeld.

Geluid
Windturbines produceren geluid. De rotor maakt een zoevend geluid en ook de generator en de tandwielkast kunnen hoorbaar zijn. Zorgvuldig ontworpen rotorbladen, een niet al te hoog toerental en een goede geluidsisolatie van tandwielkast en generator zorgen voor beperking van de geluidsemissie. Door voldoende afstand tot woonbebouwing of andere geluidsgevoelige plaatsen te bewaren wordt geluidshinder voorkomen.

Schaduw
Als de zon schijnt veroorzaakt een draaiende rotor bewegende schaduwen. Bij een lage winterzon kan dat hinderlijk zijn wanneer die zogeheten slagschaduw bijvoorbeeld door een raam naar binnen in een woonkamer valt. Een juiste oriëntatie van windturbines ten opzichte van woningen is voldoende om dit probleem te voorkomen. Als per jaar slechts een klein aantal uren hinder van de schaduw wordt ondervonden, dan kan de windturbine op die momenten worden stilgezet zonder al te veel opbrengstverlies.

Landschappelijke inpassing
Windturbines zijn markante elementen in het landschap. Voor de inpassing kan bijvoorbeeld worden verkozen turbines in een lijnopstelling langs een dijk of vaart te plaatsen. Er wordt dan rekening gehouden met de lijnen in het landschap. Uit draagvlakmetingen is gebleken dat clusteropstellingen eerder worden geaccepteerd indien omwonenden duidelijk is geworden dat daarmee een grote opbrengst wordt gegenereerd. Of een windturbine-opstelling uiteindelijk wel of niet mooi gevonden wordt, blijft een kwestie van smaak. De absolute hoogte van een windturbine in het landschap blijkt overigens moeilijk te schatten. Belangrijker voor de aanblik is de verhouding van ashoogte en rotordiameter en ook het toerental van de rotor; grotere rotoren draaien langzamer en worden daardoor als rustiger ervaren.

Convenant windenergie
Het Rijk, de provincies en de VNG hebben op 10 juli 2001 de Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling Windenergie (BLOW) getekend. Hierin verbinden ze zich tot de realisatie van tenminste 1500 megawatt (MW) windvermogen op land in het jaar 2010. De voorganger van BLOW was de Bestuursovereenkomst Plaatsingsproblematiek Windenergie uit 1991 tussen het rijk en de zeven "windrijke" provincies. Deze heeft niet geleid tot het realiseren van de beoogde 1000 MW windvermogen in 2000. Eind 2000 was dit nog geen 500 MW. Landen als Denemarken en Duitsland zagen in die periode een spectaculaire groei van windenergie.

BLOW moet een aantal tekortkomingen van de overeenkomst uit 1991 ondervangen. Zo is nu ook de VNG ondertekenaar. Er moet een betere coördinatie tussen de departementen komen. Daarom zijn naast EZ en VROM ook LNV, V&W en Defensie betrokken. De provincies staan borg voor de noodzakelijke planologische regelingen. Ze zullen zich bovendien actief inzetten voor de realisatie van het gewenste windvermogen.

Nieuw is verder de minimale taakstelling voor 2010 voor alle Nederlandse provincies. Deze is per provincie: Groningen 165 MW, Friesland 200 MW, Drenthe 15 MW, Overijssel 30 MW, Gelderland 60 MW, Flevoland 220 MW, Utrecht 50 MW, Noord-Holland 205 MW, Zuid-Holland 205 MW, Zeeland 205 MW, Noord-Brabant 115 MW en Limburg 30 MW.

wordt vervolgt